Op bezoek bij de Suai

Over het algemeen zijn we brave reizigers. Iedere dag vroeg op om zo veel mogelijk te kunnen zien en doen, ’s avonds hooguit twee biertjes bij het eten, waarna we, na weer zo’n actieve dag, alweer vroeg in ons nest liggen. Het ligt dan ook geheel buiten onze verantwoordelijkheid dat we op een mooie dag in december al om 10 uur aan het bier zaten en nog geen uur later met moeite op onze benen bleven staan. Dit had allemaal te maken met Laotiaanse gastvrijheid.

In Tat Lo ontmoetten we in onze guesthouse twee reizigers waarmee het klikte. Ze vertelden dat ze de volgende dag een trek gingen maken naar een dorp van de Suai-minderheid. Het dorp lag midden in het bos en er werden maar een of twee keer per jaar toeristen naartoe gebracht door een lokale gids, de oom van de eigenaar van onze guesthouse. En dat was dus toevallig net nu wij er waren, dat wilden we niet missen. De trek bleek eerder een wandeling en na een uurtje lopen, kwamen we in de buurt van het dorp.

We waren inmiddels omringd door kinderen die bij het naderen van het dorp een voor een achter de bomen vandaan waren gekomen. Eerst bleven ze verlegen op afstand, maar al snel kwamen ze dichterbij en spraken ons aan in het beetje Engels dat ze hadden geleerd: ‘Good morning, how are you?’ en ‘What’s your name?’. Een van de oudere meisjes wilde weten welke van de drie blanke jongens bij mij hoorde. Ze wees ze een voor een aan, wees toen weer naar mij en zei ‘I love you’ erbij, tot ik bij de juiste knikte.

Intussen praatte onze gids met een oudere man die ook uit het bos was verschenen. Met zijn witte haar en sik leek hij sprekend op Ho Chi Minh. Hij bleek de lokale medicijnman te zijn. Hij vertelde dat er niemand in het dorp was, omdat het een feestdag was. Om de geesten van het bos te bedanken voor het afgelopen jaar en voorspoed te vragen voor het nieuwe jaar, hadden de dorpelingen in het bos twee varkens geslacht. Wij waren net op tijd voor het eten.

We namen plaats op matten die tussen de bomen waren gespreid en zetten ons schrap voor wat komen zou. Het viel niet mee: twee schalen gebakken varkenshuid, met haar en al, geserveerd met een extreem hete dipsaus. Daarnaast nog twee schalen vlees dat veel weg had van ingewanden, mandjes met kleefrijst en een fles LaoLao (lokaal gebrouwen rijstwijn) om de boel weg te spoelen. De schalen werden naar ons toe geschoven, er was geen ontkomen aan. Met een verwrongen glimlach nam ik een stukje varkenshuid. Ik probeerde er niet naar te kijken voordat ik het in mijn mond stopte en nam me voor en zo snel mogelijk door te slikken. Maar dat ging niet. Het was een groot stuk en ik moest er flink op kauwen.

Het was gebakken, maar vrij kort, waardoor het niet knapperig was, eerder rubberachtig. Hoe langer ik kauwde, hoe moeilijker het werd om door te slikken. Ik was al tien minuten bezig en ondertussen werd de schaal weer naar me toe geschoven. Kokhalzend slikte ik door. Ik had het geluk dat ik op dat moment weer een glas LaoLao in mijn handen gedrukt kreeg. Ik sloeg het achterover, het hielp een heel klein beetje. Om de volgende ronde varkenshuid voor te zijn, pakte ik snel een handvol kleefrijst, waar ik de rest van de maaltijd op sabbelde. Gelukkig waren mijn metgezellen beter opgevoed, zij aten flink door. Zo viel het minder op dat ik toch niet zo avontuurlijk was als ik had gehoopt. In ieder geval niet op gastronomisch gebied.

Maar toen het feestmaal voorbij was, was het nog niet afgelopen. We werden uitgenodigd door een van de dorpelingen om bij hem bier te komen drinken. Dat konden we natuurlijk niet weigeren. En na al die LaoLao leek een biertje ons wel verfrissend. We zaten nog niet, of de kratten kwamen tevoorschijn en onze gastheer opende de ene na de andere fles, met zijn tanden. We kregen er allemaal een, en nog voor we een slok konden nemen, werd de tweede fles voor onze neus gezet (één fles Beerlao is ongeveer het equivalent is van drie glazen bier in een Nederlands café).

Onze gastheer vond uiteraard dat we niet snel genoeg dronken. Hij loste dit probleem op door ons de fles aan de mond te zetten. Dit had ik zelfs in mijn studententijd niet meegemaakt. Maar ik was inmiddels al zo vrolijk van al die drank (LaoLao is ontzettend sterk spul), dat ik het allemaal wel best vond. Pas toen onze gids zei dat we ook best konden weigeren – dat was niet meer onbeleefd omdat we al zo vaak mee hadden geklonken – stokte de alcoholstroom. Nu we voor de lokale inburgeringscursus waren geslaagd, mochten we de rest van het dorp verkennen. Overal werden we met een grote glimlach ontvangen.

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Cultuur, Eten. Bookmark de permalink .

4 reacties op Op bezoek bij de Suai

  1. Ja ja,

    Die Lao drankjes zijn niet voor de poes 🙂 Hopelijk is je blik nu niet definitief vertroebeld en komen er nog meer leuke stories. De foto’s zijn weer prachtig.

  2. lut daras zegt:

    Prachtige foto’s……..
    Geniet met volle teugen van je reis en sla al je indrukken op, het zal je helpen om het later terug gewoon te worden in Nederland…

  3. Hi Ghislaine,
    I’m gutted my Dutch isn’t good enough to understand everything on the blog. Anyway here is the link to a few photos I took of the people from that village:

    Hope you are doing well.
    Boris
    PS: for the readers I’m one of the 2 people “waarmee het klikte.”

  4. Pingback: Thuis in Bangkok | Miss Hanoi

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s