Crêpes en baguettes in idyllisch Luang Prabang

Na dagen rondreizen in het enigszins onherbergzame noordoosten van Laos waanden we ons bij aankomst in Luang Prabang in het paradijs. In ieder geval dat van de vermoeide reiziger. We konden ineens kiezen uit honderden, allemaal even mooie en romantische guesthouses (‘zullen we langs de Mekong doen of naast het paleis?’) met schone kamers en gezellige loungeplekken.

Het was ontluisterend om te ontdekken hoezeer we behoefte hadden aan luxe en comfort, terwijl wij ons woeste reizigers waanden. Maar deze morele confrontatie met onze ware aard wuifden we gauw weg met belangrijker zaken zoals: Waar te eten? Bij ieder ontbijt hadden we een nieuw dilemma: ‘Dit koffietentje ziet er wel heel gezellig uit.’ ‘Die andere lijkt me ook heel leuk.’ ‘Ja, maar deze heeft wel tien soorten cake.’ En zo verder. Hetzelfde gesprek deed zich voor bij lunch en diner. Want het stikt in de oude koninklijke hoofdstad van Laos van goede restaurants waar je heerlijk Frans en Lao kunt eten, of een combinatie daarvan.

De grote ontdekking was een Frans restaurant waar ik in de dessertvitrine een verse éclair au chocolat zag staan. Mijn lievelingsgebakje! Ik was net op tijd: een Française achter mij in de rij slaakte een (beschaafde) kreet toen ik net voor haar de laatste éclair bestelde. Nog nooit had hij zo lekker gesmaakt. We bleven dus vooral om culinaire redenen langer in Luang Prabang hangen dan gepland, maar er is ook veel te zien.

Het wemelt van de tempels, de ene nog mooier dan de andere. En wie vroeg opstaat, ziet de hoofdstraat oranje en donkerrood kleuren met een lange stoet monniken. Langs de weg zitten vrouwen klaar met rijst die ze in ruil voor zegeningen uitdelen aan de monniken. De laatsten zijn afhankelijk van de devotie van de bevolking voor hun dagelijkse maaltijd. In Luang Prabang is het ritueel zo’n toeristisch spektakel geworden dat in alle horecagelegenheden briefjes liggen om toeristen op het hart te drukken zich eerbiedig en op gepaste afstand op te stellen. Wij kozen ervoor om lekker verantwoord in bed te blijven liggen en te bespreken of we deze keer als ontbijt een crêpe met nutella gingen halen of zo’n gigantische baguette met kip bij ons vaste stalletje op de markt.

Naast hun verfijnde keuken hebben de Fransen net als in het zuidelijke Savannakhet mooie gebouwen achtergelaten in Luang Prabang. Ze lieten er indertijd Vietnamese arbeiders voor komen. Gelukkig is Luang Prabang in 1995 toegevoegd aan de Werelderfgoedlijst van Unesco en zijn de gebouwen beter bewaard gebleven dan in Savannakhet. De meeste zijn omgetoverd tot prachtige hotels en sfeervolle restaurants. Ander voordeel van de Unesco-status is dat er geen bussen en vrachtwagens in de oude stad mogen komen. Je kunt er dus heerlijk rondfietsen of gewoon wandelen. Want Luang Prabang is niet zo groot. Kortom, een hele fijne plek. Het kostte ons dan ook enige moeite om weer op de motor te stappen – inmiddels gemaakt – en ons woeste reizigersbestaan op te pakken.

Luang Prabang vanaf Wat Phu Si, een tempel bovenop een berg midden in de stad

Uitzicht vanaf de andere kant van de berg (heuvel)

De gewaden van de monniken

Wat Xieng Thong

Mozaiek bij Wat Xieng Thong

Antieke Boeddhabeelden bij Wat Xieng Thong

Het was volle maan, dus iedereen ging naar de tempel

Sayo Guesthouse, voor de volgende keer

Of deze? Wel wat duurder

Hier zaten wij

Ons vaste baguette-stalletje

Tat Kuang Si, een prachtige waterval in de buurt van Luang Prabang

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Cultuur, Eten, Geschiedenis. Bookmark de permalink .

Een reactie op Crêpes en baguettes in idyllisch Luang Prabang

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s